Bedrijfsregels
Op deze pagina wordt een overzicht getoond van alle bedrijfsregels die onderdeel zijn van iWlz 2.4.
Op deze pagina wordt een overzicht getoond van alle bedrijfsregels die onderdeel zijn van iWlz 2.4.
| Code | Titel | Uitwerking van regel(s) | Uitgewerkt in regel(s) |
|---|---|---|---|
| OP004 | OP004: Als de client een huishouden deelt met een partner, dan moeten de gegevens van de partner worden vastgelegd. | UP003, UP023 | TR004, TR005 |
| OP006 | OP006: Het zorgkantoor routeert berichten van en naar een zorgkantoor in een andere regio binnen één werkdag. | UP004 | n.v.t. |
| OP011 | OP011: De zorgaanbieder moet de begindatum van de zorglevering melden nadat de zorg daadwerkelijk is aangevangen. | UP004, UP012, UP021 | n.v.t. |
| OP017 | OP017: Een zorgaanbieder moet aan het zorgkantoor melden dat de client afziet van het ontvangen van zorg. | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP022 | OP022: De gemelde begindatum of einddatum van de zorglevering moet altijd binnen de geldigheid van de zorgtoewijzing vallen. | UP004, UP021 | TR017, TR020, TR121 |
| OP026 | OP026: Een zorgaanbieder moet aan het zorgkantoor melden dat de toegewezen zorgeenheid (nog) niet geleverd kan worden. | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP029 | OP029: De zorgaanbieder meldt aan het zorgkantoor op welke wijze de zorg geleverd wordt. | UP012, UP019, UP024 | n.v.t. |
| OP032 | OP032: Alleen de zorgaanbieder die in de zorgtoewijzing vermeld is mag de binnen de grenzen van de zorgtoewijzing passende aangevangen zorg melden. | UP004, UP008, UP033 | TR019, TR064 |
| OP033 | OP033: Voor het doorgeven van wijzigingen en correcties op een eerder verzonden bericht, moet gebruik gemaakt worden van de systematiek van status aanlevering. | UP017 | OP033x1, OP033x2, OP033x3, TR071, TR074, TR103, TR121, TR131 |
| OP033x1 | OP033x1: Een afgegeven zorgtoewijzing mag gewijzigd worden waarbij de wijziging met een nieuw bericht moet worden doorgegeven. | OP033, UP017 | n.v.t. |
| OP033x2 | OP033x2: Het gebruik van status aanlevering met een waarde 2 (een berichtklasse is gewijzigd) is uitsluitend toegestaan in de berichten die het zorgkantoor naar het CAK verstuurt voor start en stop eigen bijdrage. | OP033, UP017 | TR071, TR074, TR131 |
| OP033x3 | OP033x3: Een aanvraag aangepaste zorgtoewijzing kan niet via het berichtenverkeer gecorrigeerd worden. | OP033, UP017 | n.v.t. |
| OP035 | OP035: Het zorgkantoor geeft alleen mutaties door aan het CAK die van invloed kunnen zijn op de eigen bijdrage. | UP012 | n.v.t. |
| OP035x1 | OP035x1: Het overlijden van een client wordt niet als mutatie doorgestuurd. | UP012 | n.v.t. |
| OP037 | OP037: Een aanvraag aangepaste zorgtoewijzing moet door een zorgkantoor binnen twee werkdagen beoordeeld worden. | UP004 | n.v.t. |
| OP039 | OP039: In het berichtenverkeer mogen ketenpartijen clientgegevens doorgeven zoals deze in de administratie van de betreffende ketenpartij voorkomen, mits deze gegevens geen onderdeel zijn van een logische sleutel. | UP023 | n.v.t. |
| OP042 | OP042: Er wordt geen zorg toegewezen, wanneer de client geen voorkeuraanbieder heeft opgegeven en aangeeft zijn zorgaanspraken nog niet te willen verzilveren. | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP044 | OP044: De sleuteldatum mag maximaal 14 dagen voor de begindatum van de zorglevering liggen, maar nooit voor de ingangsdatum van de zorgtoewijzing. | UP012 | TR017 |
| OP047 | OP047: Als een bericht niet aan de geldende standaard voldoet, mag het bericht afgekeurd worden. | UP017 | CS139, TR002, TR056, TR063, TR101 |
| OP050 | OP050: Een zorgeenheid kan op hetzelfde moment door meer zorgaanbieders geleverd worden. | UP004 | n.v.t. |
| OP055 | OP055: Indien de voorkeuraanbieder de toegewezen zorg (nu) nog niet kan leveren of de client de toegewezen zorg (nu) nog niet kan of wil ontvangen, vraagt deze aanbieder (in overleg met de betrokken zorgaanbieder(s)) een aangepaste zorgtoewijzing aan. | UP004, UP008, UP019 | TR041, TR107 |
| OP055x1 | OP055x1: Voor clienten afkomstig uit een andere zorgkantoorregio kan de voorkeuraanbieder zijn rol van dossierhouder of coordinator zorg thuis terugleggen bij het regionale zorgkantoor. | UP004, UP008, UP019 | n.v.t. |
| OP058 | OP058: Op het moment dat het recht op Wlz-zorg eindigt, wegens het einde van het indicatiebesluit of anderszins, vervallen ook de leveringsstatus (inclusief classificatie) en de wachtstatus. | UP021 | n.v.t. |
| OP065 | OP065: Een retourbericht bevat alleen informatie over clienten waarvan berichtklassen zijn afgekeurd. | UP017 | n.v.t. |
| OP066 | OP066: Indien er wijzigingen in de zorglevering plaatsvinden moet de zorgaanbieder dit melden met een bericht. | UP004, UP012, UP017, UP021 | TR019, TR039, TR040 |
| OP066x1 | OP066x1: Een nieuwe zorgtoewijzing wordt altijd beantwoord met een bericht. | UP004, UP017 | TR019, TR039, TR040 |
| OP066x2 | OP066x2: In het geval van doorlopende zorg wordt geen mutatiebericht gestuurd. | UP017 | TR019, TR039, TR040 |
| OP066x3 | OP066x3: In het geval dat de zorglevering eindigt op de einddatum van de zorgtoewijzing wordt geen mutatiebericht gestuurd. | UP017 | CS137, TR019, TR040 |
| OP067 | OP067: Een zorgkantoor moet het indicatiebesluit ongewijzigd doorsturen. | UP007 | TR037 |
| OP068 | OP068: Op ieder moment zijn de dan geldende zorgtoewijzingen gebaseerd op hetzelfde indicatiebesluit. | UP004, UP008 | n.v.t. |
| OP069 | OP069: Toegewezen zorg moet vallen binnen de geldigheidsduur van een indicatie | UP004, UP008, UP016 | TR016 |
| OP071 | OP071: Elke relatie krijgt een nummer om hem uniek te identificeren. | UP017 | n.v.t. |
| OP072 | OP072: Pas na een melding aanvang zorg mag een zorgaanbieder melden dat de zorglevering beeindigd is. | UP012, UP017 | CS136, TR019, TR069 |
| OP074 | OP074: Het zorgkantoor stuurt op basis van de ontvangen berichten van zorgaanbieders, indien van toepassing, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen de in de Regeling langdurige zorg vermelde termijnen een start- of stopbericht naar het CAK. | UP012, UP017 | n.v.t. |
| OP076 | OP076: Van iedere contactpersoon (relatie) moet worden opgegeven in welke relatie deze tot de client staat | UP017, UP023 | n.v.t. |
| OP079 | OP079: Het is verplicht om gebruik te maken van het BSN van de client in de onderlinge uitwisseling van gegevens. | UP006, UP024 | n.v.t. |
| OP080 | OP080: Aan het tijdstip waarop en de volgorde waarin berichten worden ontvangen en verwerkt kunnen ketenpartijen geen betekenis hechten. | UP017 | n.v.t. |
| OP087 | OP087: Een zorgtoewijzingbericht bevat altijd alle zorgtoewijzingen die op of na de aanmaakdatum van het bericht geldig zijn en wordt verstuurd naar alle bij de zorglevering aan de client betrokken aanbieders. | UP004 | TR021 |
| OP088 | OP088: Het zorgkantoor moet binnen één werkdag een zorgtoewijzing versturen naar de voorkeuraanbieder indien deze bekend is. | UP004 | n.v.t. |
| OP090 | OP090: Voor ieder ontvangen bericht wordt binnen één werkdag na ontvangst een retourbericht verzonden. | UP017 | n.v.t. |
| OP090x2 | OP090x2: Indien voor een ontvangen bericht geen retourbericht kan worden gemaakt moet de ontvangende partij dit buiten het berichtenverkeer om melden aan de verzendende partij. | UP017 | n.v.t. |
| OP093 | OP093: Wanneer er een fout in een berichtklasse van een client wordt geconstateerd, ongeacht in welke berichtklasse, wordt het gehele bericht ongewijzigd (alle berichtklassen van die client) retourgezonden. | UP017 | n.v.t. |
| OP095 | OP095: Een bericht mag niet worden afgekeurd op basis van informatie waartoe de verzendende partij geen toegang heeft. | UP017 | n.v.t. |
| OP098 | OP098: De zorgaanbieder moet de leveringsstatus en de classificatie bepalen aan de hand van de zorgvraag van de client. | UP019, UP021 | n.v.t. |
| OP099 | OP099: Het zorgkantoor moet in de zorgtoewijzing kenbaar maken of het gaat om een reguliere zorgtoewijzing, overbruggingszorg of administratieve toewijzing. | UP004 | CS140 |
| OP103 | OP103: Het zorgkantoor moet inzicht hebben in het aantal dagen dat een client een leveringsstatus en classificatie heeft. | UP021, UP024 | n.v.t. |
| OP107 | OP107: Het zorgkantoor moet, indien van toepassing, bij elke intrekking van een zorgtoewijzing aangeven welke zorgaanbieder de zorglevering overneemt. | UP004 | n.v.t. |
| OP115 | OP115: Het regionale zorgkantoor is verantwoordelijk voor alle soorten zorgtoewijzingen en intrekkingen voor de client. | UP004, UP024 | n.v.t. |
| OP116 | OP116: Indien een client zorg wil ontvangen van een zorgaanbieder in een andere regio, dan stuurt het zorgkantoor een zorgtoewijzingbericht naar het bovenregionale zorgkantoor dat wel een contract heeft met die zorgaanbieder. | UP004 | TR065 |
| OP117 | OP117: De zorgaanbieder is bij het leveren van overbruggingszorg gehouden aan het geldende overbruggingsprotocol zoals beschreven in het Voorschrift Zorgtoewijzing van Zorgverzekeraars Nederland. | UP004 | n.v.t. |
| OP122 | OP122: Het regionale zorgkantoor is verantwoordelijk voor de zorgtoewijzing van de client. Deze verantwoordelijkheid eindigt op het moment dat dossieroverdracht plaatsvindt naar een ander zorgkantoor. | UP004 | n.v.t. |
| OP125 | OP125: Als een zorgaanbieder met meer dan één zorgkantoor een contractrelatie heeft, heeft hij voor elke relatie een aparte AGB-code. | UP017 | TR042 |
| OP126 | OP126: Het zorgkantoor stuurt na een mutatiebericht waarin door de zorgaanbieder aangegeven wordt dat de zorgvraag beeindigd is, geen intrekkingbericht naar deze zorgaanbieder. | UP017 | n.v.t. |
| OP131 | OP131: Bij het vastleggen van ziektebeeld en stoornisgegevens dient gebruik gemaakt te worden van de speciaal voor de istandaarden opgestelde diagnosecodelijsten. | UP017 | n.v.t. |
| OP137 | OP137: Per client krijgt elk indicatiebesluit een uniek indicatiebesluitnummer. | UP017 | n.v.t. |
| OP141 | OP141: Indien een zorgaanbieder, die geen dossierhouder of coordinator zorg thuis is, de toegewezen zorg niet kan leveren, moet hij dit afstemmen met de dossierhouder of coordinator zorg thuis voordat hij dit meldt aan het zorgkantoor. | UP004 | TR107 |
| OP143 | OP143: Het zorgkantoor en/of de dossierhouder moet(en) contact onderhouden met clienten die wachten op (de gewenste) zorg. | UP004 | n.v.t. |
| OP147 | OP147: Een zorgaanbieder kan buiten het berichtenverkeer om bij het zorgkantoor een aanvraag doen voor een administratieve zorgtoewijzing. | UP004 | CS140 |
| OP151 | OP151: Een zorgtoewijzing eindigt op de datum waarvan de zorgaanbieder aangeeft dat na deze datum geen zorglevering op de zorgtoewijzing meer plaats vindt. | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP151x1 | OP151x1: Als de mutatiedatum vóór de ingangsdatum van de zorgtoewijzing ligt, wordt de einddatum van de zorgtoewijzing gelijk aan begindatum van de zorgtoewijzing. | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP152 | OP152: Een aanvraag aangepaste zorgtoewijzing voor MPT, VPT of DTV moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren zorg voor de aangevraagde leveringsvorm, vanaf de (kleinste) gewenste startdatum. | UP004, UP017 | n.v.t. |
| OP155 | OP155: Een (tijdelijke) beeindiging van zorglevering, bevat een verwijzing naar de laatste melding met aanvang van de zorglevering. | UP017 | CD094, TR069, TR118, TR128 |
| OP156 | OP156: Het regionale zorgkantoor is verantwoordelijk voor het aanleveren van start- en stopberichten aan het CAK. | UP012, UP017 | n.v.t. |
| OP160 | OP160: Bij overdracht van de zorgtoewijzing en bij overplaatsing moet de zorgaanbieder de nieuwe aanbieder in het mutatiebericht vermelden. | UP004, UP017 | n.v.t. |
| OP161 | OP161: Een zorgaanbieder mag een zorgtoewijzing overdragen aan een andere zorgaanbieder. | UP004 | TR073, TR078 |
| OP162 | OP162: De rol van dossierhouder is beperkt tot de geldigheidsperiode van de reguliere zorgtoewijzing voor verblijf, deeltijdverblijf of VPT. | UP004 | TR070, TR107 |
| OP164 | OP164: Het zorgkantoor dat een wachtlijstbericht verzendt, moet voor iedere client in het bericht het bsn vullen en optioneel een referentie zoals gebruikt in de eigen administratie. Deze referentie mag niet gelijk zijn aan het bsn van de client. | UP003 | CS141 |
| OP165 | OP165: Het zorgkantoor moet maandelijks met een wachtlijstbericht gegevens aanleveren voor de landelijke wachtlijst. | UP021 | CS138 |
| OP166 | OP166: Het zorgkantoor moet alle indicaties die in de selectieperiode geldig zijn geweest voor clienten uit de Wlz-regio van het zorgkantoor in het wachtlijstbericht opnemen. | UP021 | n.v.t. |
| OP166x1 | OP166x1: Wanneer de datum van overlijden van een client voor of op de peildatum van een periode valt, wordt deze client niet meer aangeleverd in het wachtlijstbericht. | UP021 | n.v.t. |
| OP166x3 | OP166x3: Wanneer er sprake is van dossieroverdracht tijdens de selectieperiode levert het nieuwe zorgkantoor de wachtlijstgegevens aan. | UP021 | n.v.t. |
| OP167 | OP167: Indien een client in de selectieperiode van het wachtlijstbericht meerdere indicaties heeft gehad, dan worden die indicaties opvolgend genummerd op basis van geldigheid. | UP017 | TR079 |
| OP169 | OP169: De leveringsvorm van de geindiceerde zorg moet door het zorgkantoor worden gevuld met de waarde op de einddatum van de selectieperiode (of de einddatum van de betreffende indicatie). | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP170 | OP170: Het zorgkantoor mag een wachtlijstbericht pas aanleveren als het wachtlijstbericht van de voorgaande periode is goedgekeurd. | UP017 | TR080 |
| OP171 | OP171: Het zorgkantoor moet in het wachtlijstbericht de leveringsstatussen en classificaties opnemen die horen bij een zorgtoewijzing; van toegewezen zorgeenheden wordt ook de toewijzingsdatum en eventueel de begin- en einddatum zorg vastgelegd. | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP172 | OP172: Een zorgkantoor heeft een beperkt aantal werkdagen na het einde van de selectieperiode de mogelijkheid een aangeleverde wachtlijst export in te trekken. | UP017 | n.v.t. |
| OP174 | OP174: Indien een zorgtoewijzing wordt ingetrokken zonder dat er zorg is geleverd, moet de einddatum van de zorgtoewijzing worden vastgelegd. | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP175 | OP175: Het zorgkantoor levert informatie aan van alle actieve toewijzingen en daaraan gerelateerde acties die horen bij de geselecteerde indicaties. | UP021 | n.v.t. |
| OP179 | OP179: De grootte van verzonden bestanden mag niet meer zijn dan 25 Mb. | UP017 | n.v.t. |
| OP179x1 | OP179x1: Het wachtlijstbericht kent geen beperking voor de grootte van het bestand. | UP017 | n.v.t. |
| OP180 | OP180: De ontvanger van een retourbericht moet binnen één werkdag na ontvangst de fouten in het bericht corrigeren en de gecorrigeerde gegevens in een nieuw bericht opnieuw aanleveren. | UP017 | n.v.t. |
| OP181 | OP181: De zorgaanbieder meldt een mutatie in de zorglevering bij voorkeur dezelfde dag, maar uiterlijk binnen vijf werkdagen na aanvang. | UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP182 | OP182: Een aanvraag voor overbruggingszorg dient binnen vijf werkdagen vanaf de toewijzingsdatum van de nieuwe zorgtoewijzing te worden aangevraagd. | UP004 | n.v.t. |
| OP183 | OP183: Verlenging van de overbruggingszorg voor een tweede termijn dient twee maanden na de start van de eerste periode van overbruggingszorg te worden aangevraagd. | UP004 | n.v.t. |
| OP186 | OP186: Het beeindigen van een zorgtoewijzing op een datum die in het verleden ligt kan alleen na een herindicatie of na overleg met de betreffende zorgaanbieder. | UP004, UP017 | n.v.t. |
| OP187 | OP187: Als ketenpartijen door omstandigheden enige tijd niet kunnen voldoen aan de afspraken rondom de informatievoorziening, dan moet dit gemeld worden aan Zorginstituut Nederland. | UP017 | n.v.t. |
| OP192 | OP192: Verzonden bestanden moeten voldoen aan de technische eisen. | UP017 | n.v.t. |
| OP251 | OP251: Indicatiebesluiten waarvan de ingangsdatum op of na 1 januari 2015 ligt, bevatten alleen zorgeenheden die aan de criteria van de Wlz voldoen. | UP007 | n.v.t. |
| OP252 | OP252: Bij een (deels) onbekende geboortedatum moet aangegeven worden welk deel van de geboortedatum betrouwbaar is. | UP017 | CS139 |
| OP253 | OP253: Indien het intrekken of wijzigen van een melding aanvang zorg of mutatie/einde zorg noodzakelijk is, moet deze intrekking of wijziging altijd zo spoedig mogelijk verstuurd worden. | UP012, UP017 | n.v.t. |
| OP255 | OP255: Het zorgkantoor geeft een wijziging van de leveringsvorm door aan het CAK. Het zorgkantoor stuurt hiervoor een nieuwe melding aanvang zorg naar het CAK. | UP012 | n.v.t. |
| OP300 | OP300: De zorgaanbieder vermeldt bij een aanvraag voor zorg thuis in de vorm van een MPT of, naar zijn mening, de zorg doelmatig en verantwoord geleverd kan worden. | UP004, UP034 | n.v.t. |
| OP309 | OP309: Het zorgkantoor draagt bij verhuizing van de client naar een andere zorgkantoorregio het dossier van de client over aan het desbetreffende zorgkantoor. | UP004 | TR108, TR109, TR110 |
| OP310 | OP310: Dossieroverdracht van een client van zorgkantoor naar zorgkantoor vindt plaats door middel van een bericht. Het verzendende zorgkantoor neemt in dit bericht alle zorgtoewijzingen van de betreffende client op die op de overdrachtdatum geldig zijn. | UP004 | TR111 |
| OP311 | OP311: Bij dossieroverdracht van een client van zorgkantoor naar zorgkantoor wijst het ontvangende zorgkantoor de zorg (opnieuw) toe aan alle bij de zorg aan de client betrokken zorgaanbieders. | UP004 | n.v.t. |
| OP312 | OP312: Na dossieroverdracht van een client stuurt het nieuwe zorgkantoor naar aanleiding van het/de ontvangen bericht(en) van de zorgaanbieder(s) een bericht naar het CAK. | UP004 | n.v.t. |
| OP313 | OP313: Bij dossieroverdracht van een client trekt het verzendende zorgkantoor per de dag voorafgaand aan de overdrachtdatum alle zorgtoewijzingen in die op of na de overdrachtdatum nog geldig zijn of een ingangsdatum in de toekomst hebben. | UP004 | n.v.t. |
| OP314 | OP314: De zorgaanbieder die een aanvraag aangepaste zorgtoewijzing (AAT) indient, vult bij een aanvraag voor een MPT in wie de coordinator zorg thuis is en vult bij een aanvraag voor een VPT, voor verblijf of deeltijdverblijf in wie de dossierhouder is. | UP004, UP008, UP019 | TR107 |
| OP315 | OP315: De zorgaanbieder die een aanvraag aangepaste zorgtoewijzing (AAT) voor verblijf of deeltijdverblijf indient bij het zorgkantoor, geeft in de aanvraag aan bij welke aanbieder de client wordt opgenomen. | UP004, UP008, UP019 | TR120, TR127 |
| OP316 | OP316: De coordinator zorg thuis (CZT) moet betrokken zijn bij de zorglevering van het modulair pakket thuis (MPT) aan de client. | UP004, UP008, UP019 | n.v.t. |
| OP317 | OP317: Alleen een zorgaanbieder die de rol van dossierhouder of coordinator zorg thuis heeft, mag bij het zorgkantoor een aanvraag aangepaste zorgtoewijzing indienen. | UP004, UP008, UP019 | TR107 |
| OP318 | OP318: Indien de client de zorg via een combinatie van zorg in natura (MPT, VPT, DTV of Verblijf) en PGB wil ontvangen, neemt het zorgkantoor in het zorgtoewijzingbericht ook een (informatieve) zorgtoewijzing met leveringsvorm PGB op. | UP004, UP008, UP019 | n.v.t. |
| OP320 | OP320: Dezelfde zorgeenheid mag, onder voorwaarden, meer dan één keer aan dezelfde Instelling worden toegewezen. | UP004 | TR106 |
| OP321 | OP321: In een zorgtoewijzing voor verblijf geeft het zorgkantoor aan welke aanbieders de client mogen opnemen en welke aanbieders uitsluitend dagbesteding en/of behandeling mogen leveren. | UP004 | n.v.t. |
| OP322 | OP322: Als met de aanvraag van een aangepaste zorgtoewijzing de leveringsstatus en/of de classificatie van een eerder afgegeven toewijzing wijzigt, moet voor die eerdere toewijzing in hetzelfde bericht een mutatie ZZP worden opgenomen. | UP004 | TR041 |
| OP323 | OP323: Indien de dossierhouder of coordinator zorg thuis de toegewezen zorg samen met een of meer andere aanbieders gaat leveren, vraagt hij (in overleg met de betrokken zorgaanbieder(s)) een aangepaste zorgtoewijzing aan. | UP004 | TR120, TR127 |
| OP324 | OP324: Op ieder moment kan de client bij één zorgaanbieder tegelijk zijn opgenomen. | UP004, UP008, UP033 | OP324x1 |
| OP324x1 | OP324x1: Indien de client bij meer aanbieders wil wachten op opname, mogen de zorgtoewijzingen voor verblijf die de opname betreffen elkaar geheel of gedeeltelijk overlappen. | OP324, UP004, UP021 | n.v.t. |
| OP325 | OP325: Een wijziging die met status aanlevering 2 wordt doorgegeven, overschrijft in zijn geheel de laatst verzonden aanlevering. | UP017 | n.v.t. |
| OP326 | OP326: Een gewijzigd bericht kan verwijderd worden. | UP017 | TR104 |
| OP327 | OP327: Iedere nieuwe melding 'Geleverde zorg' aan het CAK krijgt een nummer om de aanlevering uniek te identificeren. | UP012, UP017 | TR074 |
| OP329 | OP329: De rol van coordinator zorg thuis is beperkt tot de geldigheidsperiode van de zorgtoewijzing voor MPT. | UP004 | TR070, TR107 |
| OP330 | OP330: Indien na dossieroverdracht sprake is van correcties met terugwerkende kracht voor zorg in natura, moet het zorgkantoor dat in de betreffende periode verantwoordelijke was voor de client zorgen voor nieuwe zorgtoewijzingen. | UP004 | n.v.t. |
| OP331 | OP331: Indien bij dossieroverdracht al een actueler, geldig indicatiebesluit in de administratie van het nieuwe zorgkantoor aanwezig is, worden de gegevens uit het ontvangen verhuisbericht wel verwerkt, maar volgen er geen nieuwe zorgtoewijzingen. | UP004 | n.v.t. |
| OP332 | OP332: Bij dossieroverdracht is het ontvangende zorgkantoor verantwoordelijk voor het doorsturen van de actuele contactgegevens van de client en van de relaties van de client. | UP004 | n.v.t. |
| OP335 | OP335: Een aanvraag aangepaste zorgtoewijzing voor Verblijf moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren zorg die nieuw is of gewijzigd moet worden voor de leveringsvorm Verblijf, vanaf de (kleinste) gewenste startdatum. | UP004, UP017 | TR120 |
| OP336 | OP336: Indien een client bij meer aanbieders op de wachtlijst wil staan, moet dit buiten het berichtenverkeer om bij het zorgkantoor gemeld worden. De extra zorgtoewijzingen voor verblijf kunnen niet door middel van een AAT worden aangevraagd. | UP004, UP019, UP021, UP033 | TR120 |
| OP337 | OP337: Indien voor de client een artikel 21-verklaring is afgegeven, geeft het CIZ dit aan in het indicatiebesluit. | UP023 | n.v.t. |
| OP338 | OP338: Een melding aanvang zorg of mutatie/einde zorg moet verzonden worden naar het zorgkantoor waarvan de zorgtoewijzing, waarop het bericht een reactie is, afkomstig is. | UP004, UP017 | TR100 |
| OP339 | OP339: Voor de berichtuitwisseling tussen CAK en zorgkantoor zijn extra (functionele) retourcodes opgenomen om bijzondere situaties nader te duiden. | UP017 | n.v.t. |
| OP340 | OP340: Het zorgkantoor mag met ingang van 1 januari 2020 deeltijdverblijf toewijzen. | UP004 | TR124 |
| OP341 | OP341: Wanneer sprake is van deeltijdverblijf moet het geleverde aantal etmalen verblijf overeenkomen met het toegewezen aantal etmalen. | UP004, UP008 | TR125 |
| OP342 | OP342: In een zorgtoewijzing voor deeltijdverblijf geeft het zorgkantoor aan welke zorgaanbieder de client mag opnemen en welke zorgaanbieders de zorg thuis mogen leveren. | UP004 | n.v.t. |
| OP351 | OP351: De zorgaanbieder die het opnamedeel van het verblijf levert, meldt bij aanvang zorg of hij wel of geen behandeling levert. | UP008 | TR129 |
| OP352 | OP352: Voor cliënten die vanuit het ziekenhuis wachten op opname in een instelling of zorg thuis, de zogenaamde ‘verkeerde-bed-situaties’, levert het zorgkantoor via het berichtenverkeer de gegevens voor de eigen bijdrage bij het CAK aan. | UP012 | n.v.t. |
| OP353 | OP353: In een bericht moet het BRP-adres van de client altijd actueel zijn. De verzender van het bericht is verantwoordelijk voor het opnemen van het actuele BRP-adres van de client. | UP015 | n.v.t. |
| OP356 | OP356: Zodra de zorgaanbieder een zorgtoewijzing voor een VPT of een MPT ontvangt, weet hij dat het zorgkantoor een positieve beschikking afgeeft aan de client. | UP034 | n.v.t. |
| OP357 | OP357: Ten behoeve van zogenaamde 'verkeerde-bed-situaties' komen in de iWlz-AGB-codelijst ziekenhuiscodes voor. Deze codes zijn uitsluitend opgenomen voor het eigen-bijdrage-proces en mogen alleen in het bericht ‘Aanvang zorg CAK’ gebruikt worden. | UP012, UP033 | n.v.t. |
| OP358 | OP358: Het zorgkantoor legt contractrelaties met zorgaanbieders vast in de iWlz-AGB-codelijst. | UP033 | n.v.t. |