Bedrijfsregel
Op deze pagina wordt een overzicht getoond van alle regels die onderdeel zijn van iWlz leveringsregister 1.
Op deze pagina wordt een overzicht getoond van alle regels die onderdeel zijn van iWlz leveringsregister 1.
| Code | Titel en documentatie | Uitwerking van regel(s) | Uitgewerkt in regel(s) |
|---|---|---|---|
| LRB0001 | LRB0001: Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van een notificatie van een nieuwe Bemiddelingspecificatie (toewijzing) legt de aanbieder voor wie de Bemiddelingspecificatie bestemd is in het Leveringsregister een Leveringperiode, een Uitstelperiode, een Afstel en/of een Verzoek vast. Als de aanbieder de leveringsstatus (inclusief classificatie) niet binnen de termijn van vijf werkdagen na ontvangst van de notificatie van de nieuwe toewijzing kan vaststellen, is een termijn van tien werkdagen van toepassing. | UP004, UP017, UP037 | n.v.t. |
| LRB0002 | LRB0002: De aanbieders zijn bronhouder van het Leveringsregister en verantwoordelijk voor de juistheid en consistentie van gegevens die in het Leveringsregister zijn vastgelegd. Iedere aanbieder is verantwoordelijk voor de juistheid en de consistentie van de gegevens over de eigen cliënten. | UP035 | GGR0014, GGR0016 |
| LRB0003 | LRB0003: Het is verplicht om gebruik te maken van het BSN van de cliënt in de onderlinge uitwisseling van gegevens. | UP006, UP024 | GGR0001 |
| LRB0004 | LRB0004: De levering moet binnen de geldigheid van de toewijzing vallen. | UP004, UP021 | LRG0001 |
| LRB0005 | LRB0005: De aanbieder moet Leveringperiode(s), Uitstelperiode(s) en Afstel van zorg of ondersteuning op elkaar aansluitend registreren. Dat betekent dat er geen gaten mogen vallen tussen opeenvolgende periodes en tussen een periode en een daaropvolgend Afstel en dat periodes en een Afstel elkaar niet mogen overlappen. Uitzondering: alleen op de ingangsdatum van de toewijzing mag er een overlap zijn van één dag. Een Levering kan beginnen met een Leveringperiode, een Uitstelperiode of een Afstel.
| UP004, UP017, UP021 | LRG0002 |
| LRB0006 | LRB0006: Alleen de aanbieder voor wie de toewijzing bestemd is mag in het Leveringsregister de levering van zorg of ondersteuning of het uitstel of afstel daarvan registreren. Dat betekent dat een aanbieder geen Levering mag registreren op een toewijzing die niet voor die aanbieder bestemd is (informatieve toewijzing). | UP004, UP008, UP033 | n.v.t. |
| LRB0007 | LRB0007: De aanbieder plaatst wijzigingen in de levering van zorg of ondersteuning bijvoorkeur dezelfde dag, maar uiterlijk binnen vijf werkdagen na vaststellen ervan in het Leveringsregister. Wijzigingen in de levering zijn:
| UP004, UP012, UP017, UP021 | n.v.t. |
| LRB0008 | LRB0008: De aanbieder is bij het leveren van overbruggingszorg gehouden aan het geldende overbruggingsprotocol zoals beschreven in het Voorschrift Zorgtoewijzing van Zorgverzekeraars Nederland. | UP004 | n.v.t. |
| LRB0009 | LRB0009: Verlenging van de overbruggingszorg voor een tweede termijn moet twee maanden na de start van de eerste periode van overbruggingszorg aangevraagd worden. | UP004 | n.v.t. |
| LRB0010 | LRB0010: Een verzoek voor overbruggingszorg moet binnen vijf werkdagen na ontvangst van de notificatie van de nieuwe toewijzing aangevraagd worden. Als de aanbieder de leveringsstatus (inclusief classificatie) niet binnen de termijn van vijf werkdagen na ontvangst van de notificatie van de nieuwe toewijzing kan vaststellen, is een termijn van tien werkdagen van toepassing. | UP004, UP037 | n.v.t. |
| LRB0011 | LRB0011: Het zorgkantoor legt contractrelaties met aanbieders vast in de iWlz-AGB-codelijst. NB: AGB-codes die beginnen met 71 worden niet opgenomen in de iWlz-AGB-codelijst. Zorgkantoren en aanbieders gebruiken AGB-codes die beginnen met 71 voor het aanduiden van afzonderlijke locaties van aanbieders. Deze codes zijn niet bedoeld voor zorgtoewijzing. | UP033 | n.v.t. |
| LRB0012 | LRB0012: Als een aanbieder met meer dan één zorgkantoor een contractrelatie heeft, heeft hij voor elke relatie een aparte AGB-code. | UP017 | LRG0010, LRG0020, LRG0039 |
| LRB0013 | LRB0013: Als een aanbieder, die geen regiehouder is, de toegewezen zorg of ondersteuning niet kan leveren, moet hij dit afstemmen met een aanbieder die regiehouder is, voordat hij dit meldt aan het zorgkantoor. | UP004 | LRG0024 |
| LRB0014 | LRB0014: De aanbieder voert binnen één werkdag na ontvangst van een melding de noodzakelijke wijzigingen in het Leveringsregister door die het gevolg zijn van die melding. De aanbieder beoordeelt een ontvangen melding en voert alleen noodzakelijke wijzigingen door. Indien er geen wijzigingen worden doorgevoerd in het Leveringsregister, laat de aanbieder dit buiten het iWlz-netwerk om aan de melder weten. | UP035 | n.v.t. |
| LRB0015 | LRB0015: Als een cliënt bij meer aanbieders op de wachtlijst wil staan, moet dit buiten het Leveringsregister om bij het zorgkantoor gemeld worden. De extra toewijzingen voor verblijf kunnen niet door middel van een Verzoek aangevraagd worden. | UP004, UP019, UP021, UP033 | LRG0028 |
| LRB0016 | LRB0016: Zodra de levering van zorg of ondersteuning op een toewijzing (opnieuw) is gestart, legt de aanbieder een Leveringperiode vast in het Leveringsregister. Voor intramurale zorg of ondersteuning moet de daadwerkelijke ingangsdatum vastgelegd worden. Voor extramurale zorg of ondersteuning mag ook de, reeds verstreken, plandatum vastgelegd worden. | UP004, UP012, UP021 | GGR0018, LRG0003 |
| LRB0017 | LRB0017: Direct na registratie van een nieuwe Leveringperiode in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0018 | LRB0018: Zodra de levering van zorg of ondersteuning op een toewijzing is gestopt, beëindigt de aanbieder de Leveringperiode. Dat is van toepassing als de levering voor de einddatum van de toewijzing is gestopt en als de levering óp de einddatum van de toewijzing is gestopt. Dit geldt ook als de toewijzing is ingetrokken en ongeacht of er sprake is van doorlopende zorg (de aanbieder blijft op een nieuwe toewijzing zorg of ondersteuning leveren aan de cliënt). | UP004, UP012, UP021 | LRG0007, LRG0008 |
| LRB0019 | LRB0019: Direct na het wijzigen van een Leveringperiode in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0020 | LRB0020: Direct na het verwijderen van een Leveringperiode uit het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0021 | LRB0021: De sleuteldatum mag maximaal 14 dagen voor de ingangsdatum van de Leveringperiode liggen, maar nooit voor de ingangsdatum van de toewijzing. De sleuteldatum is de datum waarop de eigen bijdrage start. Als de sleuteldatum samenvalt met de opnamedatum wordt de sleuteldatum niet geregistreerd. | UP012 | LRG0004, LRG0005, LRG0006 |
| LRB0022 | LRB0022: Op ieder moment kan de cliënt bij één aanbieder tegelijk zijn opgenomen. Bij overplaatsing van de cliënt mag er sprake zijn van één dag overlap, dat wil zeggen dat de cliënt op de dag van verhuizing zowel bij de oude als bij de nieuwe aanbieder is opgenomen. In het kader van uniformiteit is het noodzakelijk dat alle zorgkantoren deze overlap van één dag altijd toepassen. LET OP: niet alle toewijzingen voor verblijf betreffen Opname. Het gaat hier om de overlap in opname. | UP004, UP008, UP033 | n.v.t. |
| LRB0023 | LRB0023: Bij een overplaatsing legt de aanbieder in het Leveringsregister vast voor welke aanbieder de toewijzing bestemd is. | UP004, UP017 | LRG0009, LRG0010 |
| LRB0024 | LRB0024: De aanbieder mag een correctie op een ingangsdatum Leveringperiode of op een einddatum Leveringperiode die meer dan een jaar in het verleden ligt, alleen na overleg met het zorgkantoor en het CAK doorvoeren. | UP012, UP017, UP035 | n.v.t. |
| LRB0025 | LRB0025: Als de aanbieder bij wie de cliënt verblijft ook behandeling levert, moet die aanbieder de Behandelingperiode(s) vastleggen in het Leveringsregister. Voor het declareren van farmacie en hulpmiddelen is het van belang om te weten of een Wlz-cliënt die in een instelling woont, verblijf met of zonder behandeling ontvangt. Deze informatie wordt afgeleid uit de declaratie Wlz. Door in het Leveringsregister te registreren of er wel of geen sprake is van behandeling, is deze informatie eerder beschikbaar. | UP008 | n.v.t. |
| LRB0026 | LRB0026: Alleen de aanbieder die het opnamedeel van het verblijf levert mag behandeling leveren. | UP008 | LRG0021 |
| LRB0027 | LRB0027: De Behandelingperiode moet vallen binnen de Leveringperiode. | UP008 | LRG0022 |
| LRB0028 | LRB0028: Direct na registratie van een nieuwe Behandelingperiode in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0029 | LRB0029: Zodra het leveren van behandeling is gestopt, beëindigt de aanbieder de Behandelingperiode in het Leveringsregister. | UP008 | LRG0023 |
| LRB0030 | LRB0030: Direct na het wijzigen van een Behandelingperiode in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0031 | LRB0031: Direct na het verwijderen van een Behandelingperiode uit het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0032 | LRB0032: De aanbieder moet de leveringsstatus en de classificatie bepalen aan de hand van de zorgvraag van de cliënt. | UP019, UP021 | n.v.t. |
| LRB0033 | LRB0033: Bij tijdelijke beëindiging van de levering van zorg of ondersteuning, registreert de aanbieder aansluitend op de Leveringperiode een Uitstelperiode. | UP017 | LRG0011 |
| LRB0034 | LRB0034: Zodra is vastgesteld dat de levering van zorg of ondersteuning op een toewijzing nog niet zal starten, legt de aanbieder een Uitstelperiode vast in het Leveringsregister. Dat is van toepassing als de cliënt de zorg of ondersteuning nu nog niet wil ontvangen of als de aanbieder de zorg of ondersteuning nu nog niet kan leveren. De registratie mag al voor de ingangsdatum van de toewijzing plaatsvinden. In dat geval is de ingangsdatum van de Uitstelperiode gelijk aan de ingangsdatum van de toewijzing. | UP004, UP021 | GGR0018, LRG0012, LRG0013, LRG0014 |
| LRB0035 | LRB0035: Zodra is vastgesteld dat de wachtsituatie van een cliënt is gewijzigd (andere reden, andere leveringsstatus en/of classificatie), legt de aanbieder een nieuwe Uitstelperiode vast in het Leveringsregister. Het gaat hier om een wijziging van de wachtsituatie die na de ingangsdatum van de voorgaande Uitstelperiode ingaat. Dat kan een verandering van reden, leveringsstatus en/of classificatie zijn. De aanbieder legt een nieuwe Uitstelperiode met een nieuwe ingangsdatum vast en beëindigt als gevolg daarvan de voorgaande Uitstelperiode. | UP004, UP021 | GGR0018, LRG0012, LRG0013, LRG0014 |
| LRB0036 | LRB0036: Direct na registratie van een nieuwe Uitstelperiode in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0037 | LRB0037: Zodra is vastgesteld dat de cliënt niet meer wacht op de levering van zorg of ondersteuning op een toewijzing, beëindigt de aanbieder de Uitstelperiode. Dat is van toepassing als:
| UP004, UP021 | LRG0015, LRG0016 |
| LRB0038 | LRB0038:Direct na het wijzigen van een Uitstelperiode in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0039 | LRB0039: Direct na het verwijderen van een Uitstelperiode uit het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0040 | LRB0040: Een aanbieder mag een toewijzing overdragen aan een andere aanbieder. Voorwaarden zijn:
| UP004 | LRG0017 |
| LRB0041 | LRB0041: Bij overdracht van de toewijzing legt de aanbieder in het Leveringsregister vast voor welke aanbieder de toewijzing bestemd is. | UP004, UP017 | LRG0019, LRG0020 |
| LRB0042 | LRB0042: Zodra is vastgesteld dat de levering van zorg of ondersteuning definitief niet doorgaat, legt de aanbieder een Afstel vast in het Leveringsregister. Dat is van toepassing als de cliënt de toegewezen zorg of ondersteuning niet wil ontvangen of als de toewijzing wordt overgedragen aan een andere aanbieder, nog voordat de levering is gestart. De registratie mag al voor de ingangsdatum van de toewijzing plaatsvinden. In dat geval is de afsteldatum gelijk aan de ingangsdatum van de toewijzing. | UP004, UP021 | GGR0018, LRG0018 |
| LRB0043 | LRB0043: Direct na registratie van een nieuw Afstel in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0044 | LRB0044: Direct na het wijzigen van een Afstel in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0045 | LRB0045: Direct na het verwijderen van een Afstel uit het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor en het uitvoerende zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0046 | LRB0046: Als de voorkeuraanbieder de toegewezen zorg of ondersteuning (nu) nog niet kan leveren of de cliënt de toegewezen zorg of ondersteuning (nu) nog niet kan of wil ontvangen, dient de voorkeuraanbieder (in overleg met de betrokken aanbieder(s)) een verzoek voor een of meer aangepaste toewijzingen in. Als de voorkeuraanbieder een toewijzing voor verblijf, deeltijdverblijf (DTV) of een volledig pakket thuis (VPT) heeft ontvangen, is de voorkeuraanbieder regiehouder met regierol dossierhouder. Als de voorkeuraanbieder een toewijzing voor een modulair pakket thuis (MPT) heeft ontvangen, is de voorkeuraanbieder regiehouder met regierol coördinator zorg thuis. Het verzoek kan aangevraagde producten voor de voorkeuraanbieder zelf en/of voor een of meer andere aanbieders bevatten. Als de voorkeuraanbieder geen aanbieder kan vinden die de zorg of ondersteuning aan de cliënt kan leveren, mag de voorkeuraanbieder de bemiddelingsrol terugleggen bij het zorgkantoor. | UP004, UP008, UP019 | LRG0024, LRG0025, LRG0026, LRG0027, LRG0028, LRG0030, LRG0031, LRG0032, LRG0033, LRG0034, LRG0038, LRG0039, LRG0040, LRG0041 |
| LRB0047 | LRB0047: Als de regiehouder (dossierhouder of coördinator zorg thuis) de toegewezen zorg of ondersteuning samen met een of meer andere aanbieders gaat leveren, legt de regiehouder (in overleg met de betrokken aanbieder(s)) een verzoek voor een toewijzing vast in het Leveringsregister. Dit is ook van toepassing als gedurende de levering een wijziging plaatsvindt in:
| UP004 | LRG0024, LRG0025, LRG0026, LRG0027, LRG0028, LRG0030, LRG0031, LRG0032, LRG0033, LRG0034, LRG0038, LRG0039, LRG0040, LRG0041 |
| LRB0048 | LRB0048: Het zorgkantoor moet een verzoek voor een aangepaste toewijzing binnen twee werkdagen na ontvangst van de notificatie beoordelen. Indien de aanvraag niet akkoord is wordt dit binnen dezelfde twee werkdagen aan de aanbieder gemeld. In de overige gevallen kan de aanbieder ervan uitgaan dat de zorg of ondersteuning wordt toegewezen conform het ingediende verzoek. | UP004, UP037 | n.v.t. |
| LRB0049 | LRB0049:Een verzoek voor een of meer toewijzingen voor MPT, VPT of DTV moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren zorg of ondersteuning voor de aangevraagde leveringsvorm, vanaf de (kleinste) gewenste ingangsdatum van de toewijzing. Eerder toegewezen zorg of ondersteuning die de aangevraagde leveringsvorm betreft en die niet wordt aangevraagd vanaf de (kleinste) gewenste ingangsdatum, wordt niet door het zorgkantoor toegewezen en de eventueel aanwezige toewijzingen voor deze leveringsvorm worden ingetrokken.
| UP004, UP017 | n.v.t. |
| LRB0050 | LRB0050: Een verzoek voor een toewijzing voor verblijf moet altijd een compleet overzicht bevatten van de te leveren zorg en ondersteuning die nieuw is of gewijzigd moet worden voor de leveringsvorm verblijf, vanaf de (kleinste) gewenste ingangsdatum van de toewijzing. Toewijzingen met de leveringsvorm verblijf die ongewijzigd moeten blijven, worden niet in het verzoek opgenomen. Deze toewijzingen worden niet ingetrokken.
| UP004, UP017 | LRG0028 |
| LRB0051 | LRB0051: Alleen een aanbieder die regiehouder (dossierhouder of coördinator zorg thuis) is, mag bij het zorgkantoor een verzoek om een toewijzing indienen. | UP004, UP008, UP019 | LRG0024 |
| LRB0052 | LRB0052: Alleen een aanbieder die regiehouder is mag (buiten een verzoek om toewijzing om) een wijziging in regiehouderschap aan het zorgkantoor doorgeven. De regiehouder met regierol dossierhouder mag een wijziging van dossierhouder doorgeven. De regiehouder met regierol coördinator zorg thuis mag een wijziging van coördinator zorg thuis doorgeven. | UP004, UP008, UP019 | n.v.t. |
| LRB0053 | LRB0053: De aanbieder die een verzoek voor een toewijzing voor verblijf of deeltijdverblijf registreert in het Leveringsregister, geeft daarbij aan bij welke aanbieder de cliënt wordt opgenomen. Als meer aanbieders bij de levering aan de cliënt betrokken zijn, wordt op deze manier duidelijk bij welke aanbieder de cliënt is opgenomen en welke aanbieder(s)
| UP004, UP008, UP019 | LRG0028, LRG0029, LRG0042 |
| LRB0054 | LRB0054: De regiehouder registreert bij een verzoek voor een toewijzing voor zorg thuis in de vorm van een MPT of, naar de mening van de regiehouder, de zorg of ondersteuning doelmatig en verantwoord geleverd kan worden. Dat geldt ook voor de zorg thuis die als onderdeel van deeltijdverblijf (DTV) geleverd wordt. Als de zorg thuis (MPT of DTV) niet doelmatig geleverd kan worden, dan vermeldt de aanbieder de reden van de gevraagde toeslag. | UP004, UP034 | LRG0035, LRG0036, LRG0037 |
| LRB0055 | LRB0055: Direct na registratie van een nieuw Verzoek in het Leveringsregister notificeert de aanbieder het verantwoordelijke zorgkantoor. | UP004, UP036 | n.v.t. |
| LRB0056 | LRB0056: Een verzoek mag niet gewijzigd worden. Als het nodig is om een verzoek (of een verzoek aanbieder) te wijzigen of corrigeren, legt de aanbieder een nieuw verzoek (met bijbehorende verzoek aanbieders) vast waarin de wijziging of correctie is doorgevoerd. | UP035 | n.v.t. |
| LRB0057 | LRB0057: De aanbieder die een verzoek vastlegt in het Leveringsregister, vermeldt bij iedere aanbieder voor wie een toewijzing wordt aangevraagd of deze aanbieder op de (gewenste) ingangsdatum van de toewijzing wel of geen regierol heeft voor de aangevraagde leveringsvorm. | UP004, UP008, UP019 | n.v.t. |
| LRB0058 | LRB0058: Direct na registratie van een nieuw VerzoekAanbieder in het Leveringsregister notificeert de registrerende aanbieder (regiehouder) de aanbieder voor wie de toewijzing is aangevraagd. | UP004, UP036 | n.v.t. |