Invulinstructie

Op deze pagina wordt een overzicht getoond van alle regels die onderdeel zijn van iWlz leveringsregister 1.

CodeTitel en documentatieUitwerking van regel(s)
LRI0001LRI0001: Hoe moet worden omgegaan met correcties?

Het is onder voorwaarden toegestaan om correcties door te voeren in het register. Dat is bijvoorbeeld van toepassing als een afnemer een fout geconstateerd heeft en daarvan een melding heeft gedaan. De bronhouder beoordeelt de melding en voert binnen één werkdag na ontvangst van een melding de noodzakelijke wijzigingen door die het gevolg zijn van die melding.

De volgende voorwaarden zijn van toepassing op correcties:

  • sleutelgegevens kunnen niet gewijzigd worden;
  • correctie van een sleutelgegeven vindt plaats door de betreffende entiteit te verwijderen en een nieuwe entiteit te registreren;
  • correctie van een niet-sleutelgegeven vindt plaats door het gegeven te wijzigen, wat betekent dat de entiteit gewijzigd is;
  • het versturen van een notificatie naar aanleiding van het doorvoeren van een correctie is alleen zinvol als er een afnemer is die (meteen) moet weten dat de betreffende entiteit nieuw is, gewijzigd is of verwijderd is (en is noodzakelijk als er een verplichte notificatie voor de wijziging is).
n.v.t.
LRI0002LRI0002: Wanneer en hoe moet een Behandelingperiode geregistreerd worden in het Leveringsregister?

Als er sprake is van verblijf en als de aanbieder waarbij de cliënt is opgenomen ook behandeling levert, dan registreert die aanbieder een Behandelingperiode in het Leveringsregister. De aanbieder registreert een Behandelingperiode zodra de levering van de behandeling gestart is. Als de levering van de behandeling stopt, beëindigt de aanbieder de Behandelingperiode. Als er op later moment opnieuw behandeling geleverd wordt, registreert de aanbieder een nieuwe Behandelingperiode. Voor een cliënt die niet bij de aanbieder is opgenomen mag de aanbieder geen Behandelingperiode registreren.
n.v.t.
LRI0003LRI0003: Hoe moet de classificatie bij de leveringsstatus worden gevuld?

Aan de leveringsstatussen Urgent plaatsen, Actief plaatsen, Wacht op voorkeur en Wacht uit voorzorg is een classificatie toegevoegd. De classificatie dient om de situatie van de cliënt te verduidelijken en meer inzicht te geven in de wachtlijsten. Met deze informatie kan gerichter gezocht worden naar passende zorg en ondersteuning voor de cliënt en kan het zorgkantoor de aanbieder beter ondersteunen in het wachtlijstbeheer.

De aanbieder geeft met de classificatie aan waarom of waarop de cliënt wacht. De classificatie is de primaire reden voor de betreffende leveringsstatus. Er kunnen meer achterliggende oorzaken zijn, maar er kan slechts één classificatie per leveringsstatus worden gekozen en aangeleverd aan het zorgkantoor.

Voor het vullen van de leveringsstatussen geldt het volgende: |

LeveringsstatusVan toepassing als
Urgent plaatsenOpname voor de cliënt op (zeer) korte termijn noodzakelijk is (Opnamenoodzaak)
Actief plaatsenOpname voor de cliënt binnen een of enkele maanden noodzakelijk is (Opnamebehoefte)
Wacht op voorkeurDe cliënt opgenomen wil worden, maar pas als aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan (Opnamewens)
Wacht uit voorzorgDe cliënt zich in de thuissituatie prima kan redden maar wel op een wachtlijst bij een voorkeuraanbieder wil staan (Geen opnamewens)

De volgende combinaties van leveringsstatus en classificaties zijn mogelijk:

Als leveringsstatus isDan is classificatie
6 - Urgent plaatsen01 Geen passend crisisbed beschikbaar, 02 Doorstroom crisisbed, 03 Doorstroom ziekenhuis (ZH), 04 Doorstroom eerstelijnsverblijf (ELV), 05 Doorstroom geriatrische revalidatiezorg (GRZ), 06 Palliatief terminale zorg (PTZ), 07 Art 28a (WZD), 08 Rechterlijke machtiging of Zorgmachtiging (RM/ZM), 20 Doorstroom Klinische GGZ
7 - Actief plaatsen09 Dreigende crisis (thuis), 10 Niet passende zorg, 11 (Tijdelijk) andere aanbieder bespreekbaar, 12 Voorkeuraanbieder leidend
2 - Wacht op voorkeur13 Specifieke locatie/woonwens, 14 Specifieke locatie/gespecialiseerde zorg, 15 Partneropname, 16 Logeren, 17 Specifieke geografische redenen, 18 Doorstroom naar geclusterd wonen VPT, 19 Geen aanvullende wens(en)
3 - Wacht uit voorzorg13 Specifieke locatie/woonwens, 14 Specifieke locatie/gespecialiseerde zorg, 15 Partneropname, 16 Logeren, 17 Specifieke geografische redenen, 18 Doorstroom naar geclusterd wonen VPT, 19 Geen aanvullende wens(en)

Als aan een leveringsstatus een classificatie gekoppeld is, moet deze verplicht gevuld worden. De naam/omschrijving van de classificaties geeft aan voor welke situaties de verschillende classificaties bedoeld zijn. Hoe dit in de praktijk gehanteerd moet worden is gedetailleerd beschreven in het Voorschrift Zorgtoewijzing (onderdeel van de documenten van Zorginkoop door zorgkantoren). Zowel op iStandaarden.nl als in het Voorschrift Zorgtoewijzing wordt het gebruik van de leveringsstatussen en classificaties aan de hand van voorbeeldsituaties verduidelijkt.

Wijzigingen van leveringsstatus en/of classificatie:

Wijzigingen in de situatie van een cliënt die leiden tot een andere leveringsstatus en/of classificatie worden zo spoedig mogelijk door de aanbieder vastgelegd in het Leveringsregister. De aanbieder notificeert het zorgkantoor direct na vastlegging.

n.v.t.
LRI0004LRI0004: Hoe moet worden omgegaan met vaststellingMoment in het Leveringsregister?

Binnen het Leveringsregister is vaststellingMoment opgenomen in Leveringperiode, Uitstelperiode en Afstel. VaststellingMoment is opgenomen om onderscheid te kunnen maken tussen het moment waarop de aanbieder heeft vastgesteld dat er sprake is van een nieuw(e) of gewijzigd(e) Leveringperiode, Uitstelperiode of Afstel en de datum waarop die nieuwe of gewijzigde periode of dat nieuwe of gewijzigde afstel ingaat/inging of van kracht wordt/werd.

VaststellingMoment wordt gevuld met een datum en een tijd en mag niet in de toekomst liggen.

De op het vaststellingMoment vastgestelde nieuwe of gewijzigde registratie kan ingaan:

  1. op een datum in de toekomst;
  2. op een datum in het verleden;
  3. op de dag waarop deze is vastgesteld.

Voorbeelden:

  1. De aanbieder ontvangt op 16 november 2025 een toewijzing met ingangsdatum 1 december 2026. Op 17 november 2026 om 14:05 (vaststellingMoment) stelt de aanbieder vast dat de toegewezen zorg of ondersteuning op 1 december nog niet geleverd kan worden omdat de aanbieder dan nog geen plek heeft. De aanbieder registreert een Uitstelperiode met ingangsdatum 1 december 2026 en vaststellingMoment 17 november 2026, 14:05.
  2. De aanbieder stelt op 19 november om 11:03 vast dat de levering van zorg of ondersteuning op 18 november al gestart is. De aanbieder registreert een Leveringperiode met ingangsdatum 18 november 2026 en vaststellingMoment 19 november 2026, 11:03.
  3. De aanbieder stelt op 24 november 2026 om 13:33 vast dat de levering van zorg of ondersteuning diezelfde dag van start gaat. De aanbieder registreert een Leveringperiode met ingangsdatum 24 november 2026 en vaststellingMoment 24 november 2026, 13:33.
n.v.t.
LRI0005LRI0005: Hoe moet regiehouder in VerzoekAanbieder gevuld worden?

Als de aanbieder in VerzoekAanbieder op toewijzingIngangsdatum in VerzoekAanbieder regiehouder is of wordt voor de leveringsvorm in Verzoek, dan moet regiehouder in VerzoekAanbieder gevuld worden met 1 (Ja), anders moet regiehouder in VerzoekAanbieder gevuld worden met 2 (Nee).

Dit betekent dat regiehouder in VerzoekAanbieder gevuld moet worden met 1 (Ja) als:

  • de aanbieder waarvoor het verzoek wordt ingediend op de ingangsdatum van de aangevraagde toewijzing regiehouder is of wordt
  • én de regierol van die aanbieder past bij de aangevraagde leveringsvorm.

Als niet aan beide voorwaarden wordt voldaan, moet regiehouder in VerzoekAanbieder gevuld worden met 2 (Nee).

Voorbeeld:

Een cliënt wacht op opname bij (voorkeur)aanbieder A. Deze aanbieder heeft een toewijzing met leveringsvorm verblijf en is regiehouder met regierol dossierhouder. Om de wachttijd te overbruggen dient aanbieder A een Verzoek in voor toewijzingen met leveringsvorm MPT voor de aanbieders A, B en C. Aanbieder C gaat de zorg thuis coördineren en krijgt de regierol coördinator zorg thuis.

Regiehouder in VerzoekAanbieder is:

  • bij aanbieder A gevuld met 2 (Nee); (A is wel regiehouder op de gevraagde toewijzingIngangsdatum, maar de regierol past niet bij de aangevraagde leveringsvorm)
  • bij aanbieder B gevuld met 2 (Nee); (B is geen regiehouder op de gevraagde toewijzingIngangsdatum)
  • bij aanbieder C gevuld met 1 (Ja); (C wordt regiehouder op de gevraagde toewijzingIngangsdatum en de regierol past bij de aangevraagde leveringsvorm).

N.B. Als de aangevraagde leveringsvorm MPT is, moet (precies) één van de aanbieders waarvoor een toewijzing wordt aangevraagd op de kleinste toewijzingIngangsdatum regiehouder zijn met regierol coördinator zorg thuis. Dat betekent dat regiehouder bij leveringsvorm MPT altijd in (precies) één van de (één of meer) VerzoekAanbieders met de kleinste toewijzingIngangsdatum gevuld moet zijn met 1 (Ja).

n.v.t.
LRI0006LRI0006: Welke reden moet gebruikt worden in Leveringperiode om aan te geven dat de levering van zorg of ondersteuning is beëindigd?

Van beëindiging van levering is sprake als de levering van zorg of ondersteuning die op een eerder moment is gestart wordt beëindigd. Beëindiging kan definitief of tijdelijk zijn en kan voor of op de einddatum van de toewijzing plaatsvinden.

De volgende redenen beëindiging levering zijn mogelijk:

RedenVan toepassing wanneer
17 - Overplaatsingde levering van zorg of ondersteuning aan een cliënt ongewijzigd bij een andere aanbieder wordt voortgezet en bij de huidige aanbieder stopt. Voorwaarde voor het gebruik van deze reden is dat bekend is welke aanbieder de levering van zorg of ondersteuning overneemt.
19 - Levering zorg of ondersteuning is definitief beëindigd (toewijzing sluiten)De levering van zorg of ondersteuning aan een cliënt bij de huidige aanbieder stopt (voor of op de einddatum van de toewijzing) en er geen sprake is van overplaatsing. Deze reden kan gecombineerd worden met een Verzoek om andere zorg of ondersteuning (bijvoorbeeld een andere leveringsvorm) en/of levering van zorg of ondersteuning door een andere aanbieder.
20 - Levering zorg of ondersteuning is tijdelijk beëindigd (toewijzing aanhouden)De levering van zorg of ondersteuning aan een cliënt op basis van de huidige toewijzing tijdelijk stopt en er geen sprake is van overplaatsing. Verwacht wordt dat de levering van zorg of ondersteuning op basis van dezelfde toewijzing na enige tijd wordt hervat. De toewijzing wordt om die reden aangehouden. Aansluitend op de Leveringperiode die met reden 20 is beëindigd, wordt voor de cliënt een Uitstelperiode geregistreerd. De cliënt wordt als wachtend beschouwd totdat de levering van zorg of ondersteuning op de toewijzing opnieuw start. N.B. Als gedurende de wachttijd duidelijk wordt dat de levering van zorg of ondersteuning op de toewijzing niet hervat zal worden, wordt de Uitstelperiode beëindigd en wordt, indien van toepassing, een Afstel geregistreerd. De eerder ingevulde reden beëindiging van de Leveringperiode (20) blijft ongewijzigd.
23 - Nieuwe toewijzingEr sprake is van ‘doorlopende zorg’. De levering van zorg of ondersteuning aan de cliënt loopt door, bij dezelfde aanbieder, maar op een nieuwe toewijzing. Als gevolg van de levering van zorg of ondersteuning op de nieuwe toewijzing wordt de Leveringperiode beëindigd.
n.v.t.
LRI0007LRI0007: Welke reden moet gebruikt worden in Uitstelperiode om aan te geven dat de levering van zorg of ondersteuning is uitgesteld en er sprake is van een wachtsituatie?

Van uitstel van levering is sprake als de levering van zorg of ondersteuning nog niet van start gaat; er is sprake van een wachtsituatie.

De volgende redenen uitstel levering zijn mogelijk:

RedenVan toepassing wanneer
12 - Cliënt wil nu de zorg of ondersteuning nog nieteen cliënt de toegewezen zorg of ondersteuning nu nog niet wil ontvangen. Deze reden kan gecombineerd worden met een Verzoek om, wel of niet tijdelijk, andere zorg of ondersteuning (bijvoorbeeld zorg thuis in plaats van verblijf) en/of levering van zorg of ondersteuning door een andere aanbieder.
18 - Aanbieder kan nu de zorg of ondersteuning nog niet leverenDe aanbieder nu nog geen plaats heeft voor de cliënt en de cliënt wil wachten op levering van de toegewezen zorg of ondersteuning bij deze (voorkeur)aanbieder. Deze reden kan gecombineerd worden met een Verzoek om, wel of niet tijdelijk, andere zorg of ondersteuning (bijvoorbeeld zorg thuis in plaats van verblijf) en/of levering van zorg of ondersteuning door een andere aanbieder.
n.v.t.
LRI0008LRI0008: Welke reden moet gebruikt worden in Afstel om aan te geven dat de levering van zorg of ondersteuning definitief niet doorgaat?

Van afstel van levering is sprake als de levering van zorg of ondersteuning definitief niet doorgaat en de levering van zorg of ondersteuning nog niet (opnieuw) is gestart.

De volgende redenen afstel levering zijn mogelijk:

RedenVan toepassing wanneer
12 - Cliënt wil de zorg of ondersteuning nieteen cliënt de toegewezen zorg of ondersteuning niet wil ontvangen of als een cliënt de toegewezen zorg of ondersteuning niet van deze aanbieder wil ontvangen. Deze reden kan gecombineerd worden met een Verzoek om andere zorg of ondersteuning (bijvoorbeeld zorg thuis in plaats van verblijf) en/of levering van zorg of ondersteuning door een andere aanbieder.
21 - Overdracht toewijzingEen aanbieder een toewijzing heeft ontvangen die voor een andere aanbieder (AGB-code) bedoeld is. Dat kan bijvoorbeeld een andere AGB-code van dezelfde aanbieder betreffen. Bij gebruik van deze reden moet in aanbiederBestemming aangegeven worden aan welke aanbieder (AGB-code) de toewijzing wordt overgedragen.
n.v.t.